Banner Semiotiek Start | Project Semiotiek | Over de makers | Bibliografie | Links
pasunepipe

WERKTERREIN

In de voorafgaande paragrafen zijn de lezer een aantal grondbegrippen aangereikt die in de semiotiek gehanteerd worden. Het zijn begripsinstrumenten. Hier en daar heb ik al gesuggereerd wat er met die instrumenten verricht zou kunnen worden. Aan het eind van de vorige paragraaf zijn de studie van cultuurverschijnselen en het opsporen van verborgen ideologieën genoemd. Niettemin wil ik toch nog even stilstaan bij de vraag: wat kan daar nu mee worden gedaan?
In eerste instantie lijkt die vraag niet moeilijk te beantwoorden. Omdat semiotiek zich bezighoudt met tekens, tekengebruik en alles wat daarmee te maken heeft, en omdat alles maar dan ook werkelijk alles een teken kan zijn, is er eigenlijk niets dat niet tot voorwerp van semiotisch onderzoek kan worden gemaakt. De semiotische begripsinstrumenten kunnen op alle levensgebieden worden toegepast, als maar aan de uitgangsvoorwaarde wordt voldaan dat iets in de plaats komt van iets anders (representatie) en dat daar betekenis aan wordt toegekend (interpretatie). De semioticus kan aan de slag overal waar semiosis plaatsvindt, tekens functioneren, tekens worden gebruikt, binnen communicatie en daarbuiten. Minder eenvoudig ligt de zaak als de vraagstelling aan de orde komt. Met welk doel worden de begripsinstrumenten gebruikt? Wat wil men ermee doen? Het antwoord dat op deze vragen gegeven kan worden hangt af van wat de semioticus behalve dat nog meer is. Want doorgaans is degene die over de semiotische begrippen beschikt - behalve als hij een pure theoreticus is - meer dan semioticus alleen. Hij is ook dokter, architect, kunsthistoricus, linguïst, literatuurstudent, cultureel antropoloog, enz. Binnen de vakgebieden van de dokter-semioticus, de architect-semioticus enz., zal de vraagstelling niet per se dezelfde zijn. Het is zelfs waarschijnlijk dat dit niet zo zal zijn. Daarom lijkt het me ook onzinnig om in het algemeen een vraagstelling voor de semiotiek aan te geven of een model voor semiotisch onderzoek. Wel kan men in het algemeen stellen dat er twee kijkrichtingen mogelijk zijn. De architect kan van de semiotiek uit naar zijn vakgebied kijken, zich afvragen wat hij met de aan de semiotiek ontleende begrippen binnen de architectuur kan doen en welke nieuwe vragen hij zich kan stellen. De architectuur is dan een toepassingsgebied voor de semiotiek. De architect kan ook van zijn vakgebied uit naar de semiotiek kijken, dat wil zeggen bekijken wat hij vanuit zijn bevindingen kan bijdragen tot de algemene semiotische theorie. In dat geval is de architectuur een onderzoeksgebied voor de semiotiek. Ideaal zou de situatie uiteraard zijn als er een wisselwerking bestond tussen beide attitudes: de vakspecialist beproeft de instrumenten die de theorie hem aangeeft, doet daar ‘field work’ mee, en geeft dan feedback aan de theorie.
De taak van de semiotiektheoreticus is het om enerzijds de toepassingsgebieden van de nodige concepten te voorzien en vraagstellingen te suggereren, en anderzijds om ze als onderzoeksgebieden te beschouwen, in de eerste plaats door kennis te nemen van de ervaringen die binnen die gebieden met de semiotiek worden opgedaan en ook door daar de nodige consequenties aan te verbinden ten aanzien van een eventueel noodzakelijke bijstelling van de theorie. In de hierna volgende paragrafen wil ik enige toepassingsgebieden onder de loep nemen, met dien verstande dat de literatuursemiotiek wat uitgebreider wordt behandeld en dat voor enkele andere toepassingsgebieden wat problemen en mogelijke vraagstellingen heel kort en zonder enige pretentie tot grondigheid of systematiek worden aangeduid. Maar alvorens dat te doen wil ik een opmerking maken, een voorbeeld geven en een lijstje van toepassings- en onderzoeksgebieden presenteren.
Het onderdeel van de semiotische ‘grammatica’ waar het uiteindelijk om gaat, is de pragmatiek. Geen teken, geen tekengebruik, en zeker ook geen communicatie zonder een tekenverwerkend bewustzijn. Het gaat erom te weten wat er met tekens wordt, gedaan. Wat doen mensen als ze tekens produceren? Wat doen ze als ze met tekens worden geconfronteerd? Anders gezegd: de interessantste semiotische vragen zijn, per slot van rekening, die naar de betekenisproductie en de betekenisconsumptie. Toch zal aan zo’n pragmatische vraagstelling een syntactische en een semantische voorafgaan.
Een voorbeeld. (Waarmee meteen een mogelijk toepassingsgebied aan de orde komt: de dokter-patiënt-relatie.) Een patiënt komt de dokter opzoeken, en vertelt deze wat zijn klachten zijn. Laten we aannemen dat hij klaagt over een buitensporig gevoel van vermoeidheid. Die vermoeidheid wordt door de dokter als teken opgevat en wel als symptoom. Hij bepaalt voorlopig een denotatie (zeg: 'leverinsufficiëntie’) en hij interpreteert (‘Die man heeft geelzucht’). Dat hij het teken als teken opvat is een pragmatische aangelegenheid die de dokter geen enkel probleem oplevert. Het teken is namelijk door een globaler teken voorafgegaan: de patiënt is hem komen opzoeken, en dat is het teken, een signaal, dat hem alert maakt voor het selecteren van de tekens die hem op het spoor van zijn diagnose moeten brengen. Hij zegt dan ook zoiets als ‘En zegt u het maar’, daarmee de patiënt uitnodigend om met symptomen voor de dag te komen. Het symptomen-interpreteren is het semantische werk van de dokter.
Maar dikwijls verschaft de patiënt de dokter te weinig symptomen en wil de dokter aan de hand daarvan zijn semantische arbeid, het diagnose-stellen, niet als afgedaan beschouwen. Hij wil nog andere symptomen kennen, die hem tot een beter gefundeerd oordeel kunnen brengen. Hij gaat dan als semiotisch syntacticus opereren. Omdat hij een eerste symptoom al voorlopig heeft geïnterpreteerd, brengt hij zijn kennis van andere tekens en tekensystemen waarbinnen leverinsufficiëntie kan worden gedenoteerd in het geweer: hij bekijkt het oogwit van de patiënt en laat diens faeces en urine onderzoeken. Dat doet hij op grond van zijn bekendheid met het samenwerken van tekens uit verschillende systemen die eenzelfde denotatie hebben en tot eenzelfde interpretatie kunnen leiden. lk leg hier de nadruk op om aannemelijk te maken dat het niet voldoende is dat de dokter een goed semiotisch semanticus en pragmaticus is, iemand dus die weet wat symptomen betekenen en wat daarmee moet worden gedaan. Natuurlijk is het van belang dat de dokter een juiste diagnose stelt en, na de consultatie, de juiste woorden tot de patiënt spreekt en de juiste hanenpoten op het recept schrijft. Maar daarvoor is het minstens even belangrijk dat hij een goed semiotisch syntacticus is, iemand dus die weet op welke tekens hij moet letten en hoe hij die met elkaar in verband moet brengen. Moet hij misschien niet letten op de verticale rimpels die zich boven de neuswortel van de patiënt in diens voorhoofd groeven? Op het bleke, opgeblazen uiterlijk, de rode neus, de dikke buik, de fletse blik. Hoe beweegt die patiënt, hoe zit hij, hoe praat hij, hoe ademt hij? Hoe leeft hij? Werkt hij hard, lacht hij genoeg, heeft hij lol in zijn leven, of niet? En dan: de dokter moet zich ook met de pragmatiek van de patiënt bezighouden. Zijn de symptomen echt symptomen, of zijn het misschien verkapte signalen? Zijn al die klachten, het hele doktersbezoek, misschien niet anders dan een geheime smeekbede om aandacht? Komt de patiënt eigenlijk niet met afleidingsmanoeuvres, met tekens die een geheel andere, dieper liggende insufficiëntie denoteren en die dan ook anders moeten worden geïnterpreteerd? Als dat zo is zal er wel iets anders uit de bus moeten komen dan een recept voor pillen of een drankje.
Dit voorbeeld van de dokter als semioticus is met wat ik hiervoor geschetst heb nog maar voor de helft beëindigd. De dokter is namelijk alleen nog maar opgetreden in zijn rol van tekenontvanger. Natuurlijk kan men stellen dat dat het belangrijkste onderdeel van zijn werk is. Maar toch is het ook van belang om te beseffen dat hij te allen tijde ook afzender van tekens is. Ik weet van een dokter waar patiënten erop rekenen kunnen dat ze, alvorens tot hem door te dringen, ook al hebben ze een afspraak, op zijn minst twee uur in de wachtkamer moeten doorbrengen. Die tijdsduur is een teken. Die wachtkamer is uiterst kaal, een blind paard kan er geen schade doen. Nog een teken. De wachtkamer zit vol met andere patiënten. Een derde teken. Het eerste teken kan geïnterpreteerd worden als ‘Ik moet er veel voor over hebben om tot de dokter te kunnen doordringen. ‘ Het tweede als ‘Ik ben nietig.’ Het derde als ‘Ik ben er één uit velen.’ Al deze tekens denoteren de ondergeschiktheid van de patiënt aan de dokter. Andere tekens dragen tot deze denotatie bij: een metalig geluid uit een box roept de naam af van wie aan de beurt is, de aftandse lectuur in de wachtkamer, de afstandelijke witgejaste zuster als priesteres-tussenpersoon, de onbegrijpelijke griezelige instrumenten in de behandelkamer, het imposante/afscheidende bureau. En dan al die tekens die de dokter zelf onmiddellijk aankleven: zijn blik, zijn accent, de tijd die hij neemt alvorens zich tot de patiënt te richten, het op- en afzetten van zijn bril, de manier waarop hij zich uitdrukt als hij met de patiënt spreekt. Al deze tekens die de dokter zelf afgeeft beïnvloeden het semiotisch gedrag van de patiënt, en met dit gehele complex van tekens-afzenden en tekens-ontvangen zal dus rekening moeten worden gehouden bij het interpretatieve werk.
Met opzet heb ik dit voorbeeld gegeven van het werken met tekens in de praktijk. Het is, hoop ik, overtuigender dan andere mogelijke voorbeelden van het hanteren van semiotische concepten bij het beschrijven en eventueel verklaren van tekenprocessen. (Hierna volgen daar trouwens nog genoeg voorbeelden van.) Natuurlijk is dat ook een niet te versmaden semiotische activiteit. Beschrijvingen, analyses van wat er gebeurt daar waar tekens een rol spelen, kunnen inzicht opleveren omtrent de wijze waarop tekens functioneren en zelfs de mogelijkheid openen om gewenste verbeteringen aan te brengen. Aan dergelijke beschrijvingen en analyses wordt meestal gedacht als over toepassingsgebieden van de semiotiek gesproken wordt. Maar het kan geen kwaad te beseffen dat ook hier 'the taste of the pudding in the eating’ is. Analyseren om het analyseren, zonder meer, het blijft pudding maken zonder hem op te eten.
Zoals gezegd: het aantal mogelijke toepassingsgebieden van de semiotiek is in principe onbegrensd. Er kan dus geen opsomming van gegeven worden. Wat wel kan is een aantal voorbeelden geven, zoals in de hierna volgende hoofdstukken gebeuren gaat. Wat ook wel kan is een opsomming geven van de gebieden waarop het semiotisch instrumentarium al is uitgeprobeerd, of nog toegepast kan worden. Ter wille van een zekere volledigheid zal ik dat hier kort doen, en daarbij een lijst samenvatten die Eco (1968 en 1976) heeft gegeven. Hij noemt:
Dit is voorwaar al een indrukwekkende lijst, ook al is hij niet compleet. Zo is de semiotiek ook toegepast bij de studie van blazoenen, communicatie met de ruimte, scheikundige notatie, trommel- en fluitsignalen. Zo de velden voor de semioticus nog niet wit zijn om te oogsten, ze liggen zeker braak om te zaaien.