Banner Semiotiek Start | Project Semiotiek | Over de makers | Bibliografie | Links
pasunepipe

INLEIDING

Absalom werd gedood toen hij met zijn al te weelderige haardos in de takken van een boom bleef steken en daardoor niet aan zijn vijand Joab kon ontkomen. In W. F. Hermans’ verhaal ‘Lotti Fuehrscheim’ wordt gesteld dat, als Absalom had geweten dat zijn naam lijkt op het Nederlandse woord ‘kapsalon', hij zijn haar wellicht op tijd had laten knippen en zijn lot had kunnen ontlopen.
Dit is meer dan een grap. Wat wordt uitgedrukt is dit: Absalom had zijn naam als een teken kunnen opvatten, als hij maar in een andere tijd en in een ander taalgebied had geleefd. Achter deze gedachte steekt Hermans’ pessimistische visie op de relatie tussen de mens en het universum waarin hij geplaatst is. Dit universum, een chaos, confronteert de mens misschien wel met tekens die hem omtrent zijn lot een aanwijzing zouden kunnen geven, maar hij mist het vermogen om ze te herkennen en te interpreteren. Het beroerde is, volgens Hermans, dat de mens een weg moet gaan, maar dat niets hem vertelt hoe. De Franse schrijver Michel Butor veronderstelt dat het probleem van de mens is dat hij een betekenis wil vinden daar waar geen betekenis is. Er is ook wel gesteld: 'Alles heeft betekenis, of niets heeft betekenis!'
Of nu alles een betekenis heeft of dat niets een betekenis heeft, dat is een filosofische of theologische kwestie. Met die kwestie zal dit boek zich niet bezighouden. Mijn uitgangspunt is het onweerlegbare gegeven dat de mens in de dingen en verschijnselen die hem omringen een betekenis zoekt en dat hij ze - terecht of onterecht, juist of fout - een betekenis geeft. Want dat kan de mens: hij kan de dingen een betekenis geven. De mens is een homo semioticus. De verliefde jongeling die een bloem zijn blaadjes ontrukt (‘ze houdt van me, ze houdt niet van me‘), de aarzelaar die een muntstuk opgooit om zijn beslissing te nemen, de student die op weg naar zijn tentamen denkt ‘als ik drie zwarte katten tegenkom, slaag ik’, ze proberen allemaal een hogere macht een teken te ontrukken. En, als die hogere macht zwijgt en het teken niet uit zichzelf aanreikt, dan benoemen ze zelf iets tot teken. Wat dan ook. Want ook dat kan de mens: hij kan àlles tot teken verklaren.
Dat de mens dat kan, opent geweldige perspectieven. Hij kan dan namelijk ook tekens creëren. Hij kan tekens afzenden en omtrent hun betekenis tot afspraken komen met zijn medemensen. Met hen kan hij, door middel van tekens, communicatie tot stand brengen. We weten allemaal dat dat gebeurt: er wordt wat afgecommuniceerd in de wereld. Wetenschap en mode hebben zich de laatste jaren op dit verschijnsel geworpen. Er bestaat nu zoiets als een communicatietheorie.
Tekens. Daarmee proberen we enige orde te brengen in de chaotische wereld die ons omringt, om er althans een beetje greep op te krijgen. Tekens. Het zijn de instrumenten waarmee we ons in die wereld, te midden van de mensen en samen met hen, een weg proberen te banen.
Hoe doen we dat? Wat zijn dat, tekens? Hoe werken ze? Semiotiek (tekenleer) heet de tak van wetenschap die zich met deze en aanverwante vragen bezighoudt. Daarover gaat dit boek.
Het bevat drie delen. In het eerste worden grondbegrippen van de semiotiek uiteengezet. In het tweede wordt getoond hoe deze toepasbaar zijn bij de studie van Iiteratuur. In het derde deel laat ik een paar andere toepassingsgebieden van de semiotiek de revue passeren.
Het is mijn streven om kort en helder te zijn. Als lezer heb ik niet op het oog de slimme vakgenoot, die het allemaal net zo goed of beter weet dan ik. Wel heb ik op het oog: geïnteresseerde studenten, die een vermoeden hebben dat ze het semiotisch begrippenapparaat zouden kunnen gebruiken en die een indruk willen krijgen wat die semiotiek eigenlijk inhoudt en wat je ermee zou kunnen doen. Geen theoretische hoogstandjes dus, geen subtiele probleemstellingen, geen geleerde voetnoten. Wel: een vereenvoudigde uiteenzetting met hier en daar wat voorbeelden. En een beknopte bibliografie, voor wie nog verdere belangstelling zou hebben.
Afgezien van de gekozen beknoptheid, heeft dit boek nog de beperkingen die uit mijn eigen beperkingen voortvloeien. Er zijn in de semiotiek, hoe jong nog, verschillende stromingen en theorieën. In sommige daarvan zie ik niet veel, ik heb er weinig affiniteit mee, ik weet er weinig van. Die blijven dus buiten beschouwing. De grondbegrippen die ik aanbied zijn die van Charles Sanders Peirce. Ik ben een tamelijk orthodoxe Peirciaan, van mening dat het materiaal dat hij voor verdere semiotische arbeid heeft aangedragen het meestbelovend is.
Dat, van de mogelijke toepassingsgebieden, de grootste plaats is ingeruimd voor de literatuursemiotiek komt doordat ik van literatuur houd en met het doceren van Iiteratuur mijn brood verdien. Speciaal Franse Iiteratuur. Dat verklaart dat de in het tweede hoofdstuk gegeven voorbeelden nogal eens aan die Iiteratuur ontleend zijn. Men spreekt nu eenmaal het beste over dat waar men enigszins verstand van heeft.
Daarmee is ook de beperktheid van het derde hoofdstuk aangegeven. Daarin worden de semiotische onderzoeksmogelijkheden en -problemen aangestipt binnen een aantal toepassingsgebieden, zoals architectuur-, toneel-, filmsemiotiek enz. Meer dan iets aanstippen heb ik niet willen en kunnen doen. Ik hoop dat voor potentiële architectuur-, toneel-, filmsemiotici enz. voor deze beperktheid voldoende compensatie wordt gevonden in de voorafgaande hoofdstukken. Mogelijk laten ze zich door wat daar aan grondbegrippen en als toepassingsmodel wordt geboden prikkelen tot verder nadenken, tot verdere oriëntatie, tot het raadplegen van de semiotische Iiteratuur die er voor hun vakgebied al bestaat. Misschien geldt dat zelfs wel voor hen wier vakgebied ik helemaal heb laten liggen. Kunsthistorici bijvoorbeeld. Of biologen. (Want er bestaat zoiets als zoösemiotiek, ook al wordt er in dit boekje niet over gesproken.)